Toen ik vorige maand voor de tweede keer op ’t Markslag aankwam vroeg ik af welk geluid mij nu zou verrassen.
In november waren het de bijna dagelijks overtrekkende kolganzen die in de vroege avond over de Heerenkamer vlogen. Een kwartier lang genieten van het kenmerkende wat hoge hese geluid. Van rechts naar links – van het water naar de graslanden – vlogen wel honderden ganzen over. Een schitterend geluid. En daarna werd het weer stil.
Maar in april bleef het in de avondschemering rustig. Heerlijk stil: geen auto’s, geen vliegtuigen. Genieten van de stilte, en dat op ruim een uur afstand van de drukke Randstad. Maar toen ik naar bed ging, hoorde ik een geluid dat ik niet direct kon thuisbrengen. Het leek op gekwaak, maar door welk dier: kek, kek, kek ging het in koor. Toch nog even de wandelschoenen getrokken om te horen waar het geluid nu precies vandaag kwam. De poel langs de weg, bij het uitzichtpunt, blijkt het territorium van de boomkikker. Soms zwakt het geluid wat af, dan zwelt het weer aan. Het concert duurt circa 2 uur, daarna hadden de mannetjes blijkbaar hun vrouwtje gevonden. Terug naar de stilte van de Heerenkamer en lekker geslapen met in de verte af en toe het geluid van de bosuil.

In september ga ik weer. Wandelschoenen, verrekijker en de opnameapparatuur gaat natuurlijk mee. Want ik laat me heel graag weer verrassen door de natuur rond de Heerenkamer en het Bakhuus.

Slapen aan de rand van een natuurgebied: wie wil dat nu niet?

Je moet er wel wat voor over hebben want het is een behoorlijk stukje rijden vanaf de Noordzeekust waar ik woon. En wanneer je de Buurserbeek bent overgestoken moet je zo lang de Markslagweg afrijden, dat je denkt: ‘ik zit fout, hier is het niet’. Gewoon doorrijden. Op eens doemt de oude werkschuur van Natuurmonumenten, de Hallenboerderij, het Bakhuus en de Heerenkamer aan je linkerhand op. Idyllisch gelegen in het bos en aan de rand van de Marke, de voormalige gemeenschappelijke landbouwgronden, nu natuurgebied het Witte Veen.
Heerlijk rustig, zo op het eerste gezicht.

Totdat het donker wordt. In de maand november kan je bijna de klok erop gelijk zetten. Het begint met een enkel vogel, dat al gauw aanzwelt en er groepen van wel 200 kolganzen luidt snaterend overvliegen. Je ziet ze niet, je hoort ze wel. Een relatief hoog geluid: kolganzen. De voorstelling duurt een kwartier en daarna keert de rust weer terug. Ben je n het vroege voorjaar dan hoor je ’s nachts de Bosuil roepen. Het bekend uilengeluid van het mannetje of het toch wat hysterisch gekrijs van vrouw bosuil.

Ieder seizoen de leukste inspiraties ontvangen?
X